
1955
Hein de Graaf woont en werkt in Leeuwarden en presenteert voor de tweede maal in Anderwereld fotografisch monumentale beelden. Het nieuwe werk van De Graaf omvat vrouwenportretten, die samen één beeld vormen. Met sporen van klei wordt het beeld bedekt of juist onthuld. De Graaf transformeerde in zijn eerdere werk voorwerpen en portretten op marmer tot fotografische beelden op de grens van droom en herkenning. Ook nu toont het werk een samenvatting van herinneringen. Gevoel voor schoonheid en de vergankelijkheid leidt tot een groot verlangen de tijd te stollen. De portretten worden gekoesterd, de kunstenaar omarmt ze met zijn handen. Diezelfde handen die de schatten hebben blootgelegd, laten nu modderige sporen achter. Uit dezelfde ogen die de schoonheid zagen, vallen tranen van vette klei.
Het werk van De Graaf zijn fotografische beelden van een lang en diep doorleefd wordingsproces. Het is monumentaal werk, niet zozeer qua verschijningsvorm maar wel in zeggingskracht. Stuk voor stuk zijn de geëxposeerde werken persoonlijke monumenten. Het werk van De Graaf omvat fotoprints op glas (dibond) en marmer. Hij laat zich graag inspireren door technische mogelijkheden en beperkt zich niet tot voor de hand liggende toepassingen. Toeval bestaat niet in het afgebeelde.
In zijn jonge jaren werd De Graaf al gefascineerd door gevonden voorwerpen. Dingen die op straat of ergens in een hoekje, maar in ieder geval ruw verwijderd uit hun context, lagen weg te kwijnen. Ook een stiekum doorkijkje, een vergeelde foto of een flard tekst kon die fascinatie oproepen. Toen al vormde zich de basis voor een goed gevulde vitrinekast, die werd geflankeerd door een minstens zo uitgebreide boeken- en platenkast. In alles kon inspiratie gevonden worden, de wereld lag open.Ondertussen stonden de handen niet stil. Er werd voorzichtig geschetst, geknutseld, geëxperimenteerd met vormen. De ontmoeting met Jan Stroosma, schilder en graficus te Leeuwarden en tevens docent aan Kunstakademie Vredeman de Vries, gaf een onverwachte wending aan zijn leven. Stroosma herkende talent en gretigheid in de jonge De Graaf, en haalde hem over om toelatingsexamen voor de akademie, afdeling Monumentaal, te doen. Tijdens deze opleiding greep De Graaf de geboden kansen met beide handen aan. De vriendschap met Stroosma zou een bron van kennis en inspiratie blijken en bleef tot aan diens dood in 1983 bestaan. Tekenend voor de niet aflatende leergierigheid en streven naar bekwaamheid is het feit dat De Graaf zich na de Kunstakademie nog jarenlang bleef scholen.Zijn artistieke visie was toen al gevormd en bepaald.De opleidingen aan academies in Zwolle, Arnhem en Groningen zorgden voor een grote en vooral brede achtergrondkennis, en maakten het gemakkelijker om in het levensonderhoud voorzien. Zijn vaardigheden zou hij vervolgens op allerlei gebied inzette.Naast het continueren van zijn eigen ontwikkeling als beeldend kunstenaar werkte hij in de jaren negentig als ontwerper van exclusieve stands. In zijn relatie met de talentvolle, productieve en veel te jong overleden schilderes Annemarieke Woltman (1959 – 1997) was hij een goede ‘sparringpartner’ en zorgde hij ondermeer voor de preparatie van haar doeken en het inrichten van exposities.Â
Tentoonstelling
2009 monumentale fotografische portretbeelden, galerie Anderwereld, Groningen
2008 fotografische beelden, galerie Anderwereld, Groningen
1998 schilderijen, Galerie De Vis, Harlingen [groepstentoonstelling]
Projecten
2005Â mede eigenaar van Hollandse Luchten, fotografie en beeldadvies
1995 - 1997 monumentale vormgevingÂ
o.a. voor Theatergroep Tryater, Openlucht Spel Jorwert
1994 beeldontwerp Arendstuin Leeuwarden
1990 museuminstallatie Fries Museum, Leeuwarden
1988 mede initiator Stichting Rousseau, Leeuwarden