1956
NEOC woont en werkt in Hoogeveen en maakte serie ´geboeide hartstochten´ (objecten), tekeningen en schilderijen. Uniek werk waarin alles tot in de essentie van het zijn is teruggebracht. Daarbij gaat het meer over voelen dan over zien. Over spanningsvelden. Over dat wat niet meer te begrijpen valt. Over alles en niets en dan nog het liefst over niets, omdat niets niet zonder alles kan bestaan. Over vervlogen gedachten, gebonden aan vrijheid, verloren in een gemoedstoestand met houvast aan ijle luchten. Over tegenstellingen. Ongrijpbaar, onweerstaanbaar.
De grootste drijfveer en inspiratiebron in zijn werk is altijd het leven zelf geweest en dan met name de schaduwzijde hiervan. NEOC voelt zich nauw betrokken en verwant aan de blues. De melancholie, het verlangen en de intensiteit van het voelen. Meestal is zijn werk opgebouwd uit verschillende materialen, met een voor hem hoge symbolische waarde, getrokken uit herinneringen en levenservaring. Soms aan het oog onttrokken, maar des al niet te min tastbaar aanwezig. NEOC vergelijkt zijn werk graag met accu´s waarbij de opgeslagen energie een uitwisseling aan kan gaan met de toeschouwer. Wanneer dit plaatsvindt ontstaat er, in zijn ogen, een ideale situatie. Een samenspel, een intiem gebeuren waarbij we tot onszelf kunnen komen. Hij tracht ernaar zijn werk op ´n eenvoudige en sobere manier gestalte te geven, zodat de aandacht niet snel afgeleid zal worden van het onderwerp. Schoonheid heeft zich doen manifesteren als een wijds begrip dat zijn grenzen steeds weer in staat blijkt te overschrijden. NEOC houdt ervan zichzelf te verliezen in zijn werk. Dit verliezen kan gepaard gaan met heftige emoties, ups en downs, om ten lange leste uit te monden in verwondering.