1959 Michiel Jansen is geboren in Utrecht en woont en werkt in Amersfoort. Hij werkt al vele jaren met leisteen. Dat is een oeroud materiaal, steen die van nature gelaagd is. Als beedhouwer herschikt hij die lagen en bouwt er nieuwe eigen vormen mee. Deze vormen zijn vaak ontleend aan de natuur, vormcontrasten spelen een grote rol. Eerst wordt er een ontwerp gemaakt zonder rekening te houden met de beperkinen die de steen zou herbergen. Vervolgens worden de platen leisteen sutk voor stuk afzonderlijk bewerkt. Hakken, snijden, boren en slijpen. Daarna worden ze met elkaar verbonden met kit en tenslotte altijd met een metalen binnenconstructie verbonden en tot een geheel gemaakt. Soms vind er daarna ook nog een totaalbewerking plaats. Met pure kleurpigmenten geeft hij de grijszwarte steen nog een extra lading. De schilder gaat hier hand in hand met de beeldhouwer. De ontwikkeling van tweedimensionaal naar het ruimtelijke is door de jaren heen goed waar te nemen. Ruimte en lichtbewerking zijn belangrijke elementen van waaruit een beeld wordt ontworpen. Vaak worden de beelden die Michiel maakt bevestigd aan de muur en soms lijkt het alsof die zware steen beelden zweven. Kale steen krijgt lading zodra Michiel Jansen het heeft aangeraakt. Leisteen is de constante factor in zijn werk. Van leisteen als ondergroet, tot leisteen als bewerkbaar materiaal en pure steen; van tweedimensionale voorstellingen tot driedimensionale beelden. Hij creëert hoogreliëf en gebruik de stenen als bouwstenen, als fragmenten van een groter geheel. De leiplaten, soms twee lagen dik, zijn aan elkaar verbonden en zo ontstaan beelden met zeer diverse buitenvormen. De oppervlaktetextuur van leisteen komt zo goed tot zijn recht. De natuurlijke uitstraling van de beelden wordt versterkt door toevoeging van kleurpigmenten. De beelden krijgen extra uitdrukking. De vormen van de leisteencomposities zijn vaak ontleend aan de natuur en de kleuren zijn zo puur mogelijk aangebracht. Michiel Jansen maakt afwisselende beelden die zich statisch en compact voordoen dan wel los zijn van vorm en rimte. Twee uiterste vormen zijn uitgangspunt: enerzijds de behoefte aan voeding en geborgenheid, anderzijds de behoefte zichzelf te ontdoen van alle ballast in een streven naar zelfverwezelijking.
De beelden hebben de intentie iets te laten zien over een positieve of een negatieve drijfveer die bepalend is voor iemands handelen. De werken die hij maakt zijn kernachtig en helder. Het spel van "ruimte en licht" maakt de leisteencomposities tot objecten waar men langer naar kijkt.